Lokaal beleid

Brede School is een lokaal samenwerkingsverband tussen verschillende organisaties, uit diverse sectoren, waaronder één of meerdere scholen. Uit de opvolging van de proefprojecten Brede School (2006-2009, Joos, Ernalsteen, Engels & Morreel, 2010 Joos, A., Ernalsteen, V., Engels, M. & Morreel, E. (2010). De impact van Brede School. Een verkennend onderzoek. Gent: Steunpunt Diversiteit & Leren. ) bleek dat gemiddeld drie partners per project deel uitmaken van een dienst van een stad of gemeente. Het werken aan ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren is immers ook voor de gemeente een belangrijke aangelegenheid. Om zoveel mogelijk de lokale context te laten spelen, formuleerde het Steunpunt GOK in het eindrapport (Joos, Ernalsteen, Engels & Morreel, 2010a Joos, A., Ernalsteen, V., Engels, M., Morreel, E. (2010a). Eindrapport brede school. Verslaggeving en aanbevelingen na drie jaar proefprojecten brede school in Vlaanderen en Brussel. Gent: Steunpunt Gelijke Onderwijskansen/Steunpunt Diversiteit & Leren. ) de aanbeveling om steden en gemeenten te betrekken bij de ontwikkeling van Brede School.

De term Brede School laat vermoeden dat dit vooral een onderwijsaangelegenheid is. Dit klopt niet. In de praktijk zie je weliswaar dat de school of scholen een belangrijke stempel drukken op de inhoud en de vorm van de samenwerking maar Brede School gaat net uit van de waarde die de input van andere partners kan hebben voor het leerproces in brede zin van een kind of jongere (Lecoutere, 2010 Lecoutere, K. (2010). Brede School = Breder dan de school. In: Lerende Gemeente - Gids voor Flankerend Onderwijsbeleid, aflevering 2, juli 2010. Brussel: Politeia. ).

De rol die een stad of gemeente speelt in Brede School is zeer divers: beleidsregisseur, partner in het netwerk (verschillende stadsdiensten), uitvoerder (als onderwijsverstrekker)…(Lecoutere, 2010 Lecoutere, K. (2010). Brede School = Breder dan de school. In: Lerende Gemeente - Gids voor Flankerend Onderwijsbeleid, aflevering 2, juli 2010. Brussel: Politeia. ).

Verschillende benaderingen zijn mogelijk.

Aansturing en ondersteuning

Uit de analyse van de proefprojecten Brede School bleek dat de aansturing en ondersteuning van Brede Scholen door steden en gemeenten een meerwaarde is. Dit laat immers toe om zoveel mogelijk de lokale context te laten spelen. Brede School is immers een antwoord van lokale actoren op lokale noden en opportuniteiten met betrekking tot de ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren. Wanneer een stad of gemeente beslissingsruimte heeft inzake bijvoorbeeld criteria voor het opstarten van bredeschoolinitiatieven, is er meer kans op aansluiting bij lokale noden en kansen.

Verbindingen met het lokale beleid realiseren

Vele beleidslijnen hebben een impact op de ontwikkeling van kinderen en jongeren. De sleutel daartoe ligt ook bij het lokale niveau. Het gaat hierbij om flankerend onderwijsbeleid, lokaal jeugdbeleid, lokaal sociaal beleid, lokaal cultuurbeleid, ...

Integraal werken

Het planlastendecreet en de nieuwe beheers- en beleidscyclus (BBC) maakt het mogelijk voor steden en gemeenten die kruisverbindingen tussen verschillende beleidsdomeinen te leggen. In de Vlaamse Beleidsprioriteiten is het samenwerken over sectoren heen dan ook ingeschreven in verschillende beleidsprioriteiten (o.a. Flankerend onderwijsbeleid, Jeugd, Integratie, Cultuur, sociaal beleid en Sport).

Voedingsbodem zoeken

Karolien Lecoutere (Lecoutere, 2010 Lecoutere, K. (2010). Brede School = Breder dan de school. In: Lerende Gemeente - Gids voor Flankerend Onderwijsbeleid, aflevering 2, juli 2010. Brussel: Politeia. ) geeft aan dat een stad of gemeente op zoek kan gaan naar een voedingsbodem voor Brede School. Tal van opportuniteiten kunnen aanleiding geven tot netwerkvorming. Enkele voorbeelden overgenomen uit: Lecoutere, 2010 Lecoutere, K. (2010). Brede School = Breder dan de school. In: Lerende Gemeente - Gids voor Flankerend Onderwijsbeleid, aflevering 2, juli 2010. Brussel: Politeia. :

  • Uit een onderzoek naar noden van wijkbewoners vanuit het opbouwwerk komen heel wat signalen naar boven over de onderwijskwaliteit. Scholen reageren hierop en door de nodige diplomatie van de opbouwwerker groeit dit uit tot een dialoog en verdere samenwerking tussen scholen, wijkorganisaties en buurtbewoners.
  • Een samenwerking tussen twee scholen en een buurtorganisatie rond literatuur die gunstig verloopt en naar meer smaakt waardoor het samenwerkingsverband verder groeit en men ook op andere thema’s gaat samenwerken.
  • Een gemeenschappelijke nood naar activiteiten voor kleuters brengt scholen, opvang, buurtwerk, bibliotheek en spelotheek rond de tafel.
  • Een stadsvernieuwingsproject zorgt voor nieuwe infrastructurele mogelijkheden waarbij diverse stadsdiensten ideeën samenbrengen.
  • Een nood aan bijkomende schoolgebouwen brengt in de gemeente een debat over infrastructuurgebruik op gang.

Lokaal beleid als regisseur

Wat is een regiefunctie? VVSG (Vlaamse Vereniging voor Steden & Gemeenten) omschrijft dit als volgt:

“Het lokale bestuur tracht externe organisaties en instellingen aan te sturen waarover het geen formele eindverantwoordelijkheid draagt en waarvoor vaak ook geen gestandaardiseerde sturingsmechanismen bestaan.”

Enkele voorwaarden zijn noodzakelijk voor een optimale lokale regie van Brede School:

  • Kennis en inzicht in het thema Brede School.
  • Kennis van het bestaande aanbod voor kinderen en jongeren en van hun reële behoeften.
  • Zorgen voor interne gemeentelijke regie: Brede School heeft raakvlakken met diverse beleidslijnen, afstemming tussen verschillende diensten binnen de gemeente of stad is dan ook noodzakelijk (zie ook: visieontwikkeling, BBC).

Net zoals Brede School op het niveau van de Vlaamse overheid samenwerking vereist tussen diverse sectoren betrokken bij de ontwikkeling van kinderen en jongeren, is dit het geval op het niveau van de lokale overheid. Het aansturen van Brede School op het eigen grondgebied eist samenwerking tussen diverse stedelijke of gemeentelijke diensten. Het is daarbij van belang dat de regie van Brede School een plaats krijgt bij een functie of een stedelijke of gemeentelijke dienst welke bevoegdheid heeft om andere stedelijke en gemeentelijke diensten in dit kader te mobiliseren en waarbij diverse stadsdiensten ideeën samenbrengen (Joos, Ernalsteen, Engels & Morreel, 2010a Joos, A., Ernalsteen, V., Engels, M., Morreel, E. (2010a). Eindrapport brede school. Verslaggeving en aanbevelingen na drie jaar proefprojecten brede school in Vlaanderen en Brussel. Gent: Steunpunt Gelijke Onderwijskansen/Steunpunt Diversiteit & Leren. ).

Stimuleren van Brede School

Een lokale overheid kan Brede School op verschillende manieren stimuleren: hetzij door Brede Scholen die van onderuit groeien in hun werking te ondersteunen, hetzij door zelf de ontwikkeling van Brede Scholen te initiëren.

Aanmoedigen om samen te werken

Een stad of gemeente kan het opstarten van een samenwerkingsverband Brede School stimuleren. Dit kan door bijvoorbeeld projectsubsidies te voorzien die fungeren als impuls voor partners om de handen in mekaar te slaan. Door het geven van projectsubsidies zet een stad of gemeente ook al de krijtlijnen uit van wat een duurzame samenwerking is en hoe deze tot stand kan komen.

Initiator van Brede Scholen

Een stad of gemeente kan ook zelf het initiatief nemen om bijvoorbeeld in één of meerdere wijken een Brede School op te starten. De stad of gemeente zet die initiatieven op op basis van een analyse van de ontwikkelingsnoden en kansen. Een coördinator wordt aangesteld door de stad of gemeente of een betrokken partnerorganisatie wordt gecontracteerd om de coördinatie voor zijn rekening te nemen.

Heel wat voorbeelden over hoe Brede School door het lokale beleid ondersteund wordt, vind je bij "in praktijk".

In 2014 maakte het Steunpunt Diversiteit & Leren een analyse van de meerjarenplannen van het lokale beleid (2014-2019).